Sunday, October 09, 2016

Geen beren in het wild, maar wel op de weg

Na het ontbijt scheiden de wegen van de jeugdherberggangers. Voor ons is het even slikken, want onze 'vrienden voor één dag' gaan allemaal naar een gebied iets ten noorden van waar we zitten om de beren op te zoeken. Wij kunnen helaas niet mee; we hebben voor 3 dagen een airbnb geboekt in Sapporo. Bovendien is het lastig om er te komen zonder auto.
De snik wordt nog groter als bij aankomst op het station blijkt dat we een andere route rijden en diverse keren van trein naar trein of bus mogen overstappen, wat ons 3 uur vertraging oplevert. De tyfoons van de laatste weken hebben dusdanige schade aangericht, dat er gewerkt wordt aan het spoor. Waar kennen we dat toch van? Toch is de NS niet te vergelijken met de Japanse Railway. Bagage wordt netjes uit de bus gehaald en onze rugzakken worden heel secuur uit de regen gehouden. En de voorlichting en begeleiding is echt fantastisch.

Bij aankomst in het 'cozy appartment' staat ons nog een verrassing te wachten. Het is klein, warm en bedompt; het keukentje erg vies en 'cozy' verwijst naar tl-verlichting en plastic serviesgoed. Moe van de lange dag blijk ik (Maartje) dan toch nog niet zo Zen te zijn.
Maar goed, na een mail aan de eigenaresse komt er morgen een schoonmaakster. We verzetten wat meubels waardoor er meer ruimte ontstaat, kopen aan de overkant wijn en bier en dan valt het uiteindelijk toch best wel mee.


De weerapp voorspelt voor zondag een regenachtige dag. Maar als om 11 uur de regen nog steeds niet is gevallen besluiten we om de Olympische skischans te bekijken. Wat een geweldige beslissing! Het is heel helder en vanaf het observatorium heb je een prachtig uitzicht op de stad.
We hebben nog tijd over en gaan aan de andere kant van de stad naar Moerenuma, een landschapspark aangelegd op een voormalige vuilnisbelt. De kou en de dreigende luchten maken het park tot een sprookje.







Tot slot nog een ramen eten in één van de beste tentjes van Sapporo om daarna thuis te komen in een keurig gepoetst appartement. Jammer dan van de beren, maar deze dag was super.


Onsen

Van Asahikawa reizen we naar Lake Kussharo, dieper het binnenland in. De trein rijdt een lang stuk langs de noordkust van Hokkaido die erg Nederlands aandoet met zijn duinen. Bijzonder om pal langs de zee te reizen met de trein.

We overnachten in een erg leuk Youth Guesthouse waar de eigenaar/kok het presteert om iedere dag een heerlijk Japans ontbijt en diner samen te stellen. Het eten bestaat iedere maaltijd uit diverse kleine hapjes, met vis, ingemaakte of gefermenteerde groente, zeewier, salade, misosoep, rijst en thee. Het is echt zalig.







































Vanwege de enorme wind en koude (het voelt in de ochtend aan als 0 graden), besluiten we om niet te gaan fietsen, maar om te wandelen. De wandeling voert ons naar het meer, met de onsen (natuurlijke warmwaterbaden) en een schiereiland.









's Avonds, zoals het in een jeugdherberg hoort, worden de verhalen uitgewisseld en zet een Japanse toerist de plastic flesjes Japanse jenever op tafel. Het spul is 20% en luistert naar de naam 'grote man' en 'mooie natuur'. Er moet net zoveel gedronken worden dat iedereen een leeg flesje als aandenken mee naar huis kan nemen. Het wordt steeds gezelliger en het plan wordt geboren om de zonsopkomst te bekijken vanaf een bergpas om zo de laaghangende bewolking in het meer te fotograferen.

Na een kort nachtje rijden we om 4.30 uur met een Duits stel en de gekke Japanner naar de bergtop. Helaas is het te bewolkt voor een mooie gekleurde zonsopkomst, maar het uitzicht is wel geweldig.


We rijden door naar een van de onsen aan het meer. Nog voor het ontbijt liggen we te dampen in een badje met prachtig uitzicht. We worden al steeds meer echte Japanners.

Thursday, October 06, 2016

Hokkaido

Vanuit Tokio gaan we met de shinkansen naar Sapporo op het noordelijke eiland Hokkaido. De bullettrain raast met 340 km/h door het landschap. De helft van de tijd is er niet veel te zien door de oneindige hoeveelheid tunnels.
's Avonds wijzen we ons eten aan op de menukaart. Hans kiest iets wat op "beef" lijkt. Het blijkt een soep te zijn met onsmakelijke stukken runderdarmen, volgens de kok een lokale specialiteit.





























De volgende dag gaan we meteen door naar Asahikawa. We komen later nog wel terug in Sapporo, maar willen eerst nog de bekende herfstkleuren van het binnenland van Hokkaido meemaken. Een dreigende typhoon blijkt gelukkig af te buigen. In het hotel in Asahikawa is het bed zo slecht dat we om een andere kamer vragen en krijgen een veel grotere en luxere kamer met een prachtig uitzicht.

We maken een dagtrip naar nationaal park Daisetsuzan en wandelen rond Mt. Asahidake. We vertrekken bij -3 graden Celsius. De met sneeuw bedekte berg blaast continu stoom - met zwavellucht - uit. Helaas zijn de prachtige dieprode kleuren van de begroeiing al weer weg, maar ook zonder het felle rood is het landschap prachtig.














's Avonds worden we geweigerd bij een leuk uitziend klein eettentje en belanden we bij een traditioneel Japans restaurant. De onleesbare menukaart vertalen we nu maar door een foto te maken met de Google translate app, echt superhandig.




Zondag in het park

Het belooft heel mooi weer te worden en we vragen onze gastheer Takumi voor een 'natuur-cultuur' tip. Vlakbij zijn appartement blijkt een van de mooiste tempels van Tokio te staan die niet ontdekt is door toeristen. Op de weg ernaartoe komen we eerst langs een begraafplaats en daar zijn we dol op. Alle graven zijn een soort kleine torenhuisjes, met een wierook-altaar en een schouw waar bloemen en andere offers op staan. Als er dranken worden geofferd, is het blikje of het flesje alvast opengemaakt. Naast de graven staan 'offerstokken'; welke betekenis deze hebben moeten we nog uitzoeken. Ook de begraafplaats heeft een tempeltje; met drankenautomaat natuurlijk. Zouden ze in Japan ook een schoonheidscommissie hebben? Hoe dan ook, er heerst een hele vredige sfeer.



De tempel een stukje verderop ligt in een oogverblindend park, met prachtige beelden en waterpartijen. Ook hier weer een enorme rust. Boeddha doet zijn werk.
























Op weg naar het station passeren we een park waar de omwonenden hun zondag doorbrengen met gezin, hond en ouders. Er wordt gewandeld, gespeeld, gerend, gefietst; alles zonder geluid :-). Op een bankje slaan we het tafereel gade en krijgen een beeld van 100 jaar geleden bij ons.

De middag brengen we door in het centrum van Tokio. Vanwege de hitte zoeken we ook hier weer een park op. We slapen even op het grasveld van het Imperial Palace en na sluitingstijd dwalen we door de straten van de universiteit.
Wat een heerlijke relaxte zondag in Tokio.

Monday, October 03, 2016

Hoe word ik een Japanner - deel 1

Na twee dagen Tokio vallen er al heel veel dingen op die zo anders zijn dan bij ons. Deel 1 van 'hoe word ik een Japanner'.

schoon
Het is overal ontzettend schoon en netjes. Er ligt geen papiertje op de grond, nergens zwerfvuil te vinden en van de vloer van de trein kan je eten. Ook hebben we nog geen hondendrol gezien. Sterker nog, de meneer die zijn hond uitliet spoelde de paal schoon waar zijn hondje net tegenaan had geplast.
rustig
We hebben nog nergens een stad meegemaakt waar haast geen geluid is. Zoveel mensen op straat, maar nergens herrie. Geen schreeuwende mensen, toeterende auto's, krijsende kinderen, schetterende muziek en loeiende sirenes. Zelfs voor het geluid van het toetsenbord wordt gewaarschuwd.



geordend
Waar je ook bent, overal wordt duidelijk gemaakt hoe je je moet gedragen, waar je moet wachten en hoe je moet staan. Zelfs in de ochtendspits wordt er niet gehold, niet voorgedrongen en staan en lopen mensen netjes in de rij.











behulpzaam
De mensen zijn verschrikkelijk aardig, behulpzaam en houden altijd rekening met de ander. Onze eerste aankoop uit een ticketautomaat werd bijgestaan door een behulpzame voorbijganger. Toen hij erachter kwam dat we de verkeerde tickets hadden gekocht (ze hebben hier heel veel verschillende vervoersmaatschappijen) werden de tickets uit onze handen genomen, ingewisseld bij een loket en werd het geld weer teruggegeven. Vervolgens bracht hij ons bij de juiste automaat en werden we naar de trein gebracht. En zo gaat dat hier. Mensen vragen of ze je kunnen helpen; wij vragen ons nu niet meer af of we de man of vrouw wel kunnen vertrouwen.

We beginnen met vis

Terwijl brandweermannen het pand schuin achter ons huis nog aan het nablussen zijn en de asbestresten nog verwijdend moeten worden gaan we van huis. Wiebe en Maartje Sr. brengen ons naar Schiphol. Intussen springen onze gedachten heen en weer tussen de brand en onze reis.
De vlucht van 11 uur verloopt vlotjes. Op het vliegveld van Tokio halen we eerst twee belangrijke dingen op; het gereserveerde apparaatje voor pocket-wifi zodat we vrijwel overal in Japan over wifi kunnen beschikken. En ten tweede de Japan Rail Passes, zodat we het hele land per trein door kunnen crossen. Het avontuur kan nu beginnen.

We zijn op van de lange reis en gaan erg vroeg naar bed zodat we ook weer heel vroeg uit de veren kunnen om naar de vismarkt van Tokio te gaan. De grootste vismarkt ter wereld is een belevenis. Het is één en al bedrijvigheid. Binnenkort gaat de vismarkt verhuizen naar een kunstmatig eiland. We zijn blij dat we de originele markt nog bezocht hebben.






Om 7 uur ontbijten we met sushi in een piepklein eettentje op de vismarkt. Om zoveel mogelijk gasten van een maaltijd te kunnen voorzien, worden buiten in de rij de bestellingen opgenomen. Wanneer je aan de beurt bent om te zitten, wordt je bestelling direct geserveerd.


De jetlag doet zijn werk. Eigenlijk willen we om 12.00 uur het liefste naar bed, maar dat is ook zo zonde van de tijd. Na wat relaxen in Ueno park storten we ons om 16.00 uur in bed en slapen eerst 3 uur voordat we in een Chinees restaurant in onze wijk (Fudo-Mae) een kleine maaltijd nuttigen. Ach ja, al die tekens lijken ook zo op elkaar.

Monday, December 29, 2014

Quito

Hoewel het moeilijk is om een hotel in Quito te vinden in de laatste week van het jaar, is de stad zowat uitgestorven en alle belangrijke bezienswaardigheden blijken dicht te zijn. We willen naar het Museo Nacionale, maar helaas...











Zaterdag zwerven we door de oude stad en gaan op zoek naar een paar kerken die we nog niet eerder hebben gezien. De oudste kerk is van binnen helemaal met goud bekleed (gestolen van de Inca´s). Lekker protsertig, maar toch ook heel mooi. Behalve de kerststal dan, die flikkert van de gekleurde lampjes en die elektronische kerstliedjes mekkert.



 



We trakteren onszelf op een heerlijk 5-gangen diner in een van de beste tenten van de stad.


Zondag belanden we op de artisinale markt, waar we even heerlijk snuisterijen voor het thuisfront kopen. De soep bij de Colombiaan blijkt een aanhangsel te hebben. Een bord vol met kip, rijst, banaan en avocado. De kip komt ons de neus uit en we willen alleen maar soep! We ontkomen er niet aan om de borden eten mee te nemen in een doggy bag. Achteraf blijkt het een gouden greep. De hele middag en avond besteden we aan het uitzoeken van onze foto´s. Het zijn er meer dan 4000, waarvan we 250 aanmerken voor een selectie. Tussendoor eten we wat uit de doggybag.

Morgen zijn we we weer thuis. Dus wil je foto´s zien: kom gerust langs. Je hoeft ze nu niet meer allemaal te bekijken. We wensen iedereen een fijn uiteinde en een avontuurlijk 2015.










Sunday, December 28, 2014

Amazone-regenwoud van Cuyabeno

We zijn weer terug in Quito. Het was niet de bedoeling om hier weer te belanden, maar de busstop in Papallacta hebben we gemist. Ach, en het is zo slecht nog niet om op een terras met een glaasje te mijmeren over een geweldige tijd in het regenwoud.
Na een busrit van twee uur vanuit Lago Agrio gaat de reis verder per boot. We maken deel uit van een groep van 9 personen onder leiding van naturalist en gids Luis. Hij maakt deze reis tot een geweldige belevenis. Geboren en getogen in het oerwoud, opgeleid door zijn vader, gejaagd op alles wat los en vast zat en nu een van de grootste kenners en beschermers van de jungle. Met ogen die werkelijk alles zien en op de hoogte van de meeste recente wetenschappelijke inzichten neemt hij ons 5 dagen mee in de jungle. We varen, wandelen, peddelen op allerlei verschillende momenten van de dag. Ook ´s ochtends vroeg en ´s avonds als het donker is. En waar moet je dan beginnen met schrijven? We hebben zoveel gezien aan verschillende soorten apen, vogels, papegaaien, kikkers, insecten, vlinders, spinnen, vleermuizen, slangen, kaaimannen, vissen, schildpadden en niet te vergeten de roze rivier dolfijn. En we hebben zoveel gehoord over de geneeskrachtige werking van bomen en planten. Het is gewoon teveel.

Onze lodge ligt aan een lagune. Op het moment dat we arriveren staat er nog 1,5 meter water midden in de lagune. Vijf dagen later is zwemmen verboden en moeten we uitkijken dat we midden op het water niet vast komen te zitten met onze boot. Het waterpeil zakt met meer dan 20 cm per dag. Bomen die eerst nog onder water stonden zijn te voet te bereiken. Het is een maffe gewaarwording. Uiteindelijk zal de lagune droog komen te staan en migreren de dieren naar Brazilie en Peru, om in de regentijd weer terug te komen.


Even een greep uit de hoogtepunten. Met stip op nummer 1 staat de anaconda. Op dag 1 gaan we na aankomst snel naar een boom die in het water ligt. Daar is een paar minuten daarvoor een grote anaconda waargenomen. Helaas is hij verdwenen als wij arriveren. Maar tegen de avond zien we hem wel, verstopt in een boom zien we een klein stukje van zijn 6 meter lange lijf. Vervolgens gaan we een paar honderd meter verderop zwemmen. Het is een ongelooflijk eng idee, maar we vertrouwen er maar op dat het echt kan. Het is heerlijk om even al het zweet af te spoelen. Overigens is uit de boot springen geen probleem. Weer erin zien te komen is een uitdaging :-).
De volgende dag varen we als eerste naar de plek waar we de anaconda hebben gezien. Op dat moment is hij nog niet uit zijn schuilplaats gekropen, maar een paar uur later wel. Het is adembenemend om te zien. Zo mooi!

Op nummer 2 staat de roze rivierdolfijn. Erg zeldzaam en een geluk dat hij het gebied nog niet verlaten heeft. Helaas is het niet gelukt om er een foto van te maken.

Op nummer 3 de broken branch bird. Een vogel die eruit ziet als een tak. Zelfs van een meter afstand is hij nauwelijks te onderscheiden van de boom. Luis ziet hem op meer dan honderd meter afstand. Het is niet te begrijpen hoe dat kan. Eén vogel heeft een jong op de borst. Het is een unieke foto geworden.

















Op nummer 4 verschillende kikkers, waaronder een zeer giftige. Wanneer je die aanraakt ga je dood. De kikker is zeer zeldzaam en Luis treft hem maar eens in de 5 jaar aan. Wat een geluk!

Op nummer 5 de bananenspin. Een aanvaring met zo´n exemplaar overleef je ook niet. En ook deze spinnen zijn niet vaak waar te nemen. De bananenspin mag niet verward worden met tarantula´s. Die hebben we ook gezien in allerlei soorten en maten, maar zijn niet gevaarlijk.


We hebben het overleefd. Het was een geweldige ervaring en gaan zeker nog eens terug.







Monday, December 22, 2014

Afzien in de Andes


We hebben nog maar weinig gezien van de Andes en besluiten een dag door te brengen in een bergdorp dat aan een prachtig kratermeer ligt. Volgens de indianenen die hier leven heeft het meer geen bodem.
Het is een hele tour om er te komen. Via Ambato met de chickenbus verder, wat natuurlijk wel weer een belevenis is. Het is een constant vraagstuk hoeveel mensen er in de bus gepropt kunnen worden en als we dan eindelijk vertrekken, stoppen we na 5 minuten bij een tentje omdat er gegeten moet worden. Hans zit ongeveer bij de chaufeur op schoot en ik zit er achter op een bankje, klem tussen medepassagiers en bagage. Maar het voordeel is wel dat we een geweldig zicht hebben.
Halverwege de middag komen we aan in Quilotoa. Het is er belachelijk koud. We zoeken een hostel, doen dikke kleren aan en bekijken het meer, maar dat is inmiddels verdwenen in een dikke laaghangende bewolking. Nou ja laag, het is hier ongeveer 4000 meter hoog.
Naast de mist en de kou hebben we nog een ander probleem. We hebben nauwelijks cashgeld meer en er is natuurlijk geen bank in dit gat. Het hostel accepteert geen creditcard. We gaan op zoek naar een restaurant die een creditcard accepteert voor een diner. We tellen ons geld, leggen wat opzij voor de terugreis en kunnen dan precies twee biertjes kopen om de middag mee door te komen. Heel vroeg kruipen we in ons kleine bedje, strak tegen elkaar aangedrukt. Lezen in bed lukt niet eens, omdat dan de vingers erafvallen van de kou.

De volgende ochtend is het gelukkig zonnig en maken we meteen foto´s van het kratermeer. Al snel komt er nieuwe bewolking opzetten en na een korte wandeling besluiten we weer af te dalen.









In Zumbahua belanden we op de zaterdagmarkt. Met volle bepakking slenteren we over de markt en proberen stiekum foto´s te maken. Maar ik weet zeker dat wij voor hen een net zo´n grote bezienswaardigheid zijn als zij voor ons.

Macas

 We zijn na wat omzwervingen weer voor een dagje terug in Quito en hebben weer even internet ter beschikking, dus snel wat stukjes over de afgelopen dagen. Morgen vertrekken we naar Lago Agrio om vervolgens 5 dagen onder te duiken in de jungle van Cuyabene.


Via grotendeels onverharde weg rijden we van Cuenca naar Macas. Opvallend dat deze weg onverhard is, want de laatste paar jaar is er hard gewerkt om alle belangrijke wegen te verharden. In Macas woont Margarita, die we op de Galapagos hebben ontmoet. Margarita woont in een prachtig huis. We hadden onze komst geappt en gemaild, maar toch was het een verrassing dat we voor de deur stonden, want haar telefoon was kapot (verdronken op de Galapagos) en haar internetabonnement thuis was afgesloten. We krijgen een hartelijk welkom met gin-tonic en een brunch, want we hadden sinds 05:00u gebust en nog niet gegeten. Vanaf dat moment is het één grote waterval van dingen die ze wil laten zien. In de middag gaan we naar een resort bij haar in de buurt om te zwemmen en heerlijk te eten. En daarna ijsjes eten in de lekkerste ijsstent van Macas.

De volgende dag gaan we de jungle in van de Shuar-bevolking onder leiding van Shuar-gids Wilson. Hij spreekt ongeveer net zoveel Spaans als wij :- Het is er erg mooi, maar helaas zijn alle dieren hier al opgevreten door de bevolking, die sterk groeit, onder andere omdat ze elkaar niet meer uitmoorden in stammenoorlogen. De Shuar geloven dat mensen twee zielen hebben: een goede en een kwade. Wanneer je iemand van een andere stam vermoordt komt zijn goede ziel naar jou. Van het lijk wordt de mond dichtgenaaid om de kwade ziel binnen te houden. Lang leve de missionarissen die dit verboden hebben. Als je hier zo rond loopt weten we niet zo goed meer wat goed en kwaad is.
In de avond lossen we een aantal computerproblemen voor Margarita op en tenslotte bekijken we een DVD met een documentaire over de geschiedenis van de pioniers op de Galapagos. Margarita is bevriend met de nazaten van een van de pioniers.

Donderdag 18 december met de bus naar Salasaca - een tip van Margarita - dat dicht bij Baños ligt, maar nog niet door de toeristen ontdekt is. We zijn blij dat ze ons even wegbrengt, anders hadden we er nog gestaan. De bus blijkt kapot te zijn en niemand die dit komt vertellen. Een uur later met de bus naar Ambasato om alsnog uit te stappen in Salasaca. Er is een mooi volkenkundig museum met levensgrote poppen. Het lijken wassenbeelden, maar ze zijn gemaakt van bot en dierenhuiden en echt mensenhaar. De eigenaar/kunstenaar Whirak, is een erg aardige man en heeft 13 jaar aan zijn museum gewerkt. Het ziet er prachtig uit maar er komt bijna niemand, omdat ie veel te weinig aan reclame en PR doet en de etalage ook niet aantrekkelijk oogt. Het is een mooi gebouw van 6 verdiepingen, maar de begane grond is zo goed als leeg; er staat alleen een balie en een buro met wat stoelen. Voorbijgangers doen hun benaming eer aan en gaan dus niet naar binnen. De Lonely Planet heeft het museum ook nog niet ontdekt.

Margarita heeft geregeld dat Whirak ook voor een maaltijd zorgt, zodat hij wat bij kan verdienen. We belanden in een mooi maar verlaten hostal, met een grote rommelige keuken en een slaapkamer vol met prive-spullen. Whirak maakt een simpele maaltijd en zijn medewerkster Francis, die een paar woorden Engels spreekt, komt ook meehelpen.
We eten met zijn vieren. De volgende ochtend is Whirak weer paraat om een ontbijt te verzorgen. Voordat hij zich gaat presenteren als kok mag hij nog wel wat oefenen in boodschappen halen en timen. Hij heeft voor een heel weeshuis ingekocht en het duurt een eeuwigheid voordat we wat te eten hebben. Maar het komt uit een goed hard en het is een belevenis om een avond samen op te trekken. Bij deze dan de PR :-

Contributors

Followers