Vol verwachting klopt ons hart. Al in Nederland hebben we een 'great walk' geboekt op het eiland ten zuiden van het Zuider eiland. De boot er naartoe blijkt een verzoeking te zijn, lezen we op Tripadvisor en in de reisgids. Maar ja, daar kom je pas achter als alles geboekt is.
Toch valt de overtocht op de catamaran ons mee, ondanks de deining van enkele meters. Met iets vertraging vanwege de zeer volle boot, landen we veilig op het eiland. Pas later komen we erachter dat de dag van te voren er geen boot gevaren heeft vanwege de enorme storm. Oei, als er hier geen boot vaart, dan is het echt menens. Geen wonder dat wij maar maximaal 50 konden rijden met onze camper. We zwabberden ook letterlijk over de weg.
Nog even ons melden bij het DOC en ons gehuurde kooktoestel ophalen en dan kunnen we. Het is prachtig weer, wat hier een zeldzaamheid schijnt te zijn. De eerste dag is schitterend. Na een aanloop van 5 km start de tramp. We gaan 'up en down' en komen telkens weer op het strand uit. De hut ligt op een geweldige locatie aan zee; beetje jammer dat er ook sandflies verblijven. De andere bewoners van de hut zijn gelukkig wel leuk en we vermaken ons weer prima. Vanwege de vakantie zijn er ook veel kinderen en dat maakt het heel gezellig.
Ook de tweede dag is het mooi weer. Al weer een gelukje. Alleen is deze tocht erg zwaar. Veel modder, veel hoogteverschillen en dwars door het bos over het eiland. Op een gegeven moment is bos ook maar bos en de laatste kilometers moeten we echt doorbijten. Vlak voor de regen losbarst zijn we binnen. We kaarten met onze mede hutbewoners en maken ons met z'n allen zorgen om een familie die er om 20.00 uur nog niet is. Gelukkig komen ze, weliswaar doorweekt, maar levend binnen gestrompeld. De tocht hadden ze uitgezocht omdat het zo vlak leek. Tja, dat dachten wij ook. Die nacht bezorgen ze met hun gesnurk iedereen een slechte nachtrust.
De laatste dag is onvermijdelijk een natte dag. Hans glibbert als de GVR (Grote Vriendelijke Reus) over de modderpaden. Anderen hebben hem tot Hagrid omgedoopt. Het laatste stuk lopen we met Fiona en haar gezin. Kleine Douglas van net 6 jaar oud heeft hele verhalen over Donald Trump en hoe het anders zou moeten. Er is nog hoop!
Het is een totaal andere tocht geworden dan we van te voren in gedachte hadden, met minder afwisselende natuur, maar met heel veel leuke contacten. En ook dat heeft z'n charme.
Op reis in Europa ('23), Japan en Nieuw Zeeland ('16), Ecuador ('14), Sri Lanka ('12-'13), Laos ('11-'12), Kenia ('10 en '11), Patagonie ('09-'10) en Costa Rica en Nicaragua ('06)
Tuesday, January 03, 2017
Southland
Blijkbaar hebben we het te druk met reizen of beschikken we niet vaak genoeg over internet,
want we liggen inmiddels al weken achter met dit blog.
Het is nu al 3 januari en het laatste blog ging over onze belevenissen op 11 en 12 december.
Terug in Te Anau staan we voor de keuze om na de Milford Sound naar het andere beroemde fjord, de
Doubtful Sound, te gaan of deze over te slaan. Vanwege het weer en de toch een beetje tegenvallende
Milford Sound besluiten we door te gaan naar het zuiden, waar het weer wat beter is. Bovendien hoeven we dan ook niet zo te haasten voor Stewart Island.
In Clifden bekijken we een oude houten hangbrug, de eerste over de Waiau rivier, met een overspanning van 111 meter. Zo bijzonder is het nou ook weer niet, maar soms is het wel leuk om iets cultureels te zien :-).
In Orepuki overnachten we op een prachtige 'freedom camp site' aan het strand van Monkey Island. In de middag is het nog heerlijk zonnig zodat we even kunnen zwemmen, maar het
waait er 's nachts zo verschrikkelijk hard dat we de volgende nacht maar op een ander plek gaan staan.
We belanden bij de plaatselijke taveerne waarvan de eigenaar een camping aan het opstarten is. Kamperen is gratis; de eigenaar weet ook wel dat zijn gasten in zijn taveerne voldoende besteden.
Een leegstaand huisje met enkel een stapelbed op het verder lege grasveldje achter het café biedt die nacht een mooie bescherming tegen de harde wind.
Nadat we in de bibliotheek van Riverton onze internet-, en wc-behoefte hebben gedaan zoeken we daarna een plekje op de camping zodat we ook weer eens kunnen wassen en douchen.
Op het schitterende strand, waar we veel steentjes verzamelen en prachtige foto's maken van zeewier, is het ook nog eens erg gezellig. Niet alleen omdat het prachtige weer veel mensen naar het strand heeft gelokt, maar ook de plaatselijke surfwedstrijden lonken. Het geeft een heerlijk vrolijke en relaxte sfeer.
Totaal anders is de camping, of liever woonwagenkamp, in Invercargill, die grotendeels is gevuld met Tokkie-families, en een uitvalsbasis blijkt te zijn van de plaatselijke eenmansbedrijfjes, gezien de bedrijfsauto's die tussen vijf en zes uur 's avonds het terrein op komen rijden.
Invercargill zelf is een leuke stad met veel mooie oude gebouwen.
Om op tijd te zijn voor de boot naar Stewart Island rijden we de volgende dag, tijdens een enorme storm, door naar Bluff en verblijven we daar de laatste nacht op de onbemande camping in de buurt van de haven. Betalen gaat via een 'honesty box'. De enige andere gast is een eenzame oudere man die vrijwel de hele dag blijft zitten staren vanuit zijn personenauto met matras. Een triest gezicht zo vlak voor Kerst.
want we liggen inmiddels al weken achter met dit blog.
Het is nu al 3 januari en het laatste blog ging over onze belevenissen op 11 en 12 december.
Terug in Te Anau staan we voor de keuze om na de Milford Sound naar het andere beroemde fjord, de
Doubtful Sound, te gaan of deze over te slaan. Vanwege het weer en de toch een beetje tegenvallende
Milford Sound besluiten we door te gaan naar het zuiden, waar het weer wat beter is. Bovendien hoeven we dan ook niet zo te haasten voor Stewart Island.
In Clifden bekijken we een oude houten hangbrug, de eerste over de Waiau rivier, met een overspanning van 111 meter. Zo bijzonder is het nou ook weer niet, maar soms is het wel leuk om iets cultureels te zien :-).
In Orepuki overnachten we op een prachtige 'freedom camp site' aan het strand van Monkey Island. In de middag is het nog heerlijk zonnig zodat we even kunnen zwemmen, maar het
waait er 's nachts zo verschrikkelijk hard dat we de volgende nacht maar op een ander plek gaan staan.
We belanden bij de plaatselijke taveerne waarvan de eigenaar een camping aan het opstarten is. Kamperen is gratis; de eigenaar weet ook wel dat zijn gasten in zijn taveerne voldoende besteden.
Een leegstaand huisje met enkel een stapelbed op het verder lege grasveldje achter het café biedt die nacht een mooie bescherming tegen de harde wind.
Nadat we in de bibliotheek van Riverton onze internet-, en wc-behoefte hebben gedaan zoeken we daarna een plekje op de camping zodat we ook weer eens kunnen wassen en douchen.
Op het schitterende strand, waar we veel steentjes verzamelen en prachtige foto's maken van zeewier, is het ook nog eens erg gezellig. Niet alleen omdat het prachtige weer veel mensen naar het strand heeft gelokt, maar ook de plaatselijke surfwedstrijden lonken. Het geeft een heerlijk vrolijke en relaxte sfeer.
Totaal anders is de camping, of liever woonwagenkamp, in Invercargill, die grotendeels is gevuld met Tokkie-families, en een uitvalsbasis blijkt te zijn van de plaatselijke eenmansbedrijfjes, gezien de bedrijfsauto's die tussen vijf en zes uur 's avonds het terrein op komen rijden.
Om op tijd te zijn voor de boot naar Stewart Island rijden we de volgende dag, tijdens een enorme storm, door naar Bluff en verblijven we daar de laatste nacht op de onbemande camping in de buurt van de haven. Betalen gaat via een 'honesty box'. De enige andere gast is een eenzame oudere man die vrijwel de hele dag blijft zitten staren vanuit zijn personenauto met matras. Een triest gezicht zo vlak voor Kerst.
Friday, December 16, 2016
Milford Sound
Soms heb je van die dagen dat de dagelijkse beslommeringen bijna alle tijd innemen. Boodschappen doen, mail en appberichten checken, watervoorraad aanvullen et cetera. We worden steeds handiger in al die zaken; komen een winkel binnen, zeggen goede dag, lopen door naar het toilet voor een grote boodschap en vragen vervolgens om een voucher voor internettoegang om daarna zonder iets te kopen weer naar buiten te gaan. Het is echt verschrikkelijk. De laatste keer maar een kaart gekocht ter compensatie.
Het vuil van de camper kunnen we kwijt in een 'dumpstation'. Het zijn gratis faciliteiten om je toilet te legen, vuil water te lozen en schoon water te vullen. En op het zuider eiland is er vaak ook nog de gelegenheid om je afval gescheiden weg te kunnen gooien. In Wanaka is het dumpstation echt heel luxe. En dat is maar goed ook; de wc is overstroomd en als er iets vies is...
Op weg naar de volgende overnachtingsplaats rijden we door een dal. De rivier staat bijna droog en de bedding staat vol met lupine, digitalis en brem. Het zijn planten die hier eigenlijk niet horen en het gevecht tegen dit onkruid is haast niet te overwinnen. Hoe erg ook, het is een overweldigend beeld. Al die kleuren!
Vandaag slapen we op een camping waar we kunnen douchen en de afvoer van het vuil water kunnen checken. Soms loopt de gootsteen niet door, of komt het vuile water in de douche weer omhoog. En verder bereiden we ons voor op de volgende tocht. Gaan we naar Milford Sound of Doubtful Sound? Of allebei?


De weg naar Milford Sound (en terug, er is geen andere manier om er te komen) zit vol met top attracties. Overal lookouts en leuke wandelingen. Tijdens een stop bij de Homer-tunnel krijgen we eindelijk de gelegenheid om de kea (Nieuw Zeelandse papagaai) eens goed op de foto te zetten. Over de tocht van 120 kilometer doen we de hele dag. En het treft; het is bijzonder mooi weer en dat komt niet vaak voor. In Milford regent het 200 dagen per jaar en valt er 7 meter.
De enige camping is prachtig, maar ook hier weer sandflies. Hoewel de OFF heel goed werkt tegen die krengen is het niet fijn om buiten te zitten. Ze blijven om je heen zwermen en zijn hoogst irritant!
De volgende dag varen we een kleine 2 uur het fjord in. We zijn er al een beetje bang voor, maar de tocht is uitermate teleurstellend. We zien nauwelijks iets vanwege de regen en de mist en we zijn ook ongelooflijk verwend. De fjorden in Noorwegen en Patagonië zijn gewoon mooier. En helaas vandaag ook geen dolfijnen of pinguïns (maar wel zeeleeuwen).
Hoewel in Milford geen faciliteiten zijn en de enige benzinepomp maar af en toe benzine heeft, blijkt er toch perslucht te zijn voor autobanden. Pfff..., anders had er toch echt een band gewisseld moeten worden.
Weer terug in Te Anau kopen we chocolademelk en chocoladekoekjes. Het is zo koud, het lijkt wel winter. Het doet een beetje denken aan Nederland, waar vandaan we de meest schattige sint- en kerstfoto's krijgen toegestuurd.
Het vuil van de camper kunnen we kwijt in een 'dumpstation'. Het zijn gratis faciliteiten om je toilet te legen, vuil water te lozen en schoon water te vullen. En op het zuider eiland is er vaak ook nog de gelegenheid om je afval gescheiden weg te kunnen gooien. In Wanaka is het dumpstation echt heel luxe. En dat is maar goed ook; de wc is overstroomd en als er iets vies is...
Op weg naar de volgende overnachtingsplaats rijden we door een dal. De rivier staat bijna droog en de bedding staat vol met lupine, digitalis en brem. Het zijn planten die hier eigenlijk niet horen en het gevecht tegen dit onkruid is haast niet te overwinnen. Hoe erg ook, het is een overweldigend beeld. Al die kleuren!
Vandaag slapen we op een camping waar we kunnen douchen en de afvoer van het vuil water kunnen checken. Soms loopt de gootsteen niet door, of komt het vuile water in de douche weer omhoog. En verder bereiden we ons voor op de volgende tocht. Gaan we naar Milford Sound of Doubtful Sound? Of allebei?


De weg naar Milford Sound (en terug, er is geen andere manier om er te komen) zit vol met top attracties. Overal lookouts en leuke wandelingen. Tijdens een stop bij de Homer-tunnel krijgen we eindelijk de gelegenheid om de kea (Nieuw Zeelandse papagaai) eens goed op de foto te zetten. Over de tocht van 120 kilometer doen we de hele dag. En het treft; het is bijzonder mooi weer en dat komt niet vaak voor. In Milford regent het 200 dagen per jaar en valt er 7 meter.
De enige camping is prachtig, maar ook hier weer sandflies. Hoewel de OFF heel goed werkt tegen die krengen is het niet fijn om buiten te zitten. Ze blijven om je heen zwermen en zijn hoogst irritant!
De volgende dag varen we een kleine 2 uur het fjord in. We zijn er al een beetje bang voor, maar de tocht is uitermate teleurstellend. We zien nauwelijks iets vanwege de regen en de mist en we zijn ook ongelooflijk verwend. De fjorden in Noorwegen en Patagonië zijn gewoon mooier. En helaas vandaag ook geen dolfijnen of pinguïns (maar wel zeeleeuwen).
Hoewel in Milford geen faciliteiten zijn en de enige benzinepomp maar af en toe benzine heeft, blijkt er toch perslucht te zijn voor autobanden. Pfff..., anders had er toch echt een band gewisseld moeten worden.
Weer terug in Te Anau kopen we chocolademelk en chocoladekoekjes. Het is zo koud, het lijkt wel winter. Het doet een beetje denken aan Nederland, waar vandaan we de meest schattige sint- en kerstfoto's krijgen toegestuurd.
Gletsjers, meren en de kust
Na regen komt....Het is een stralende dag om de gletsjers te kunnen bekijken. Er liggen twee gletsjers vlak bij elkaar en na het lezen van alle commentaren besluiten we om de Fox Glacier op te gaan.
Maar wat schetst onze verbazing, de gletsjer is dusdanig gesmolten dat alleen een helikopter mensen op de ijsmassa kan zetten. Een wandeltocht, met tussendoor kleine stukjes vliegen kost op z'n minst € 300,- p.p. Dat is sowieso al een hoop geld, maar het idee dat de gletsjers smelten door de klimaatverandering en dat je daar dan met een vlucht gezellig aan mee doet, gaat ons toch echt te ver.
Dan maar een wandeling naar de gletsjertong, dat is ook prima. En daar wacht de volgende teleurstelling; door de enorme regenval van de afgelopen tijd zijn er werkzaamheden aan de gletsjerbedding en mogen we niet verder lopen. De tong is te benaderen tot 1000 meter afstand. We zien een glimp en keren om, terwijl de helikopters af en aan vliegen.
Het nabij gelegen Matheson Lake staat bekend om de mooie spiegelingen van de bergen. We gaan ons geluk daar beproeven en maken een heerlijke wandeling om het meer. Wanneer we het meer achter ons laten komen diverse besneeuwde toppen (Mount Cook en Mount Tasman) tevoorschijn. Toch nog een mooi cadeautje als afscheid van het gletsjergebied.
Overnachten aan de kust is favoriet. Bij Bruce Bay vinden we een geweldig mooie slaapplaats. De camper gaat op de 'tv-stand', dat wil zeggen: top uitzicht vanuit het achterraam, waar we daar tot na zonsondergang doorheen staren en de meest prachtige foto's maken (door het raam heen). Vooral ramen en deuren dicht, om de duizenden sandflies buiten te houden. Af en toe stopt er een auto om ook van het mooie uitzicht te genieten. Nietsvermoedende mensen stappen uit voor een foto, en dan is het voor ons 'Lucky tv'.
Er is niets zo wisselvallig als het weer in Nieuw Zeeland. Vier seizoenen op een dag gaat hier echt op. Gelukkig is nadenken over de kledingkeuze niet nodig; de sandflies bepalen dat een lange broek en lange mouwen een absolute must zijn. En verder weten we ook vaak niet wat de dag ons brengt aan activiteiten.
We laten ons leiden door wat er op ons pad komt. Zo wordt een fotomoment bij een kreek (Ship Creek) een wandeling van meer dan twee uur. Vanaf een uitkijkpost hebben we goed zicht op een tui. Eindelijk lukt het ons om deze vogel, voor ons toch wel het symbool van Nieuw Zeeland zolang we de kiwi niet te zien krijgen, echt mooi op de foto te krijgen.
Wat een overweldigende natuur en wat een rust. Het is moeilijk te bevatten dat er hier maar zo weinig mensen leven. En ondanks het feit dat het vakantieseizoen begonnen is, komen we maar weinig mensen tegen.
Onze slaapplaats wordt een prachtige plek direct aan Lake Wanaka. Bij aankomst is het weer nog geweldig, maar al gauw drijven de wolken over en steekt de wind op. De zonsondergang is dramatisch en het schudden van de camper is prima zolang we zitten. Maar als we in bed liggen wordt het schudden toch beangstigend. Midden in de nacht rijden we de camper naar een iets meer beschutte plek om met een iets meer geruststellend gevoel te kunnen slapen.
Maar wat schetst onze verbazing, de gletsjer is dusdanig gesmolten dat alleen een helikopter mensen op de ijsmassa kan zetten. Een wandeltocht, met tussendoor kleine stukjes vliegen kost op z'n minst € 300,- p.p. Dat is sowieso al een hoop geld, maar het idee dat de gletsjers smelten door de klimaatverandering en dat je daar dan met een vlucht gezellig aan mee doet, gaat ons toch echt te ver.
Dan maar een wandeling naar de gletsjertong, dat is ook prima. En daar wacht de volgende teleurstelling; door de enorme regenval van de afgelopen tijd zijn er werkzaamheden aan de gletsjerbedding en mogen we niet verder lopen. De tong is te benaderen tot 1000 meter afstand. We zien een glimp en keren om, terwijl de helikopters af en aan vliegen.
Het nabij gelegen Matheson Lake staat bekend om de mooie spiegelingen van de bergen. We gaan ons geluk daar beproeven en maken een heerlijke wandeling om het meer. Wanneer we het meer achter ons laten komen diverse besneeuwde toppen (Mount Cook en Mount Tasman) tevoorschijn. Toch nog een mooi cadeautje als afscheid van het gletsjergebied.
Overnachten aan de kust is favoriet. Bij Bruce Bay vinden we een geweldig mooie slaapplaats. De camper gaat op de 'tv-stand', dat wil zeggen: top uitzicht vanuit het achterraam, waar we daar tot na zonsondergang doorheen staren en de meest prachtige foto's maken (door het raam heen). Vooral ramen en deuren dicht, om de duizenden sandflies buiten te houden. Af en toe stopt er een auto om ook van het mooie uitzicht te genieten. Nietsvermoedende mensen stappen uit voor een foto, en dan is het voor ons 'Lucky tv'.
Er is niets zo wisselvallig als het weer in Nieuw Zeeland. Vier seizoenen op een dag gaat hier echt op. Gelukkig is nadenken over de kledingkeuze niet nodig; de sandflies bepalen dat een lange broek en lange mouwen een absolute must zijn. En verder weten we ook vaak niet wat de dag ons brengt aan activiteiten.
We laten ons leiden door wat er op ons pad komt. Zo wordt een fotomoment bij een kreek (Ship Creek) een wandeling van meer dan twee uur. Vanaf een uitkijkpost hebben we goed zicht op een tui. Eindelijk lukt het ons om deze vogel, voor ons toch wel het symbool van Nieuw Zeeland zolang we de kiwi niet te zien krijgen, echt mooi op de foto te krijgen.
Wat een overweldigende natuur en wat een rust. Het is moeilijk te bevatten dat er hier maar zo weinig mensen leven. En ondanks het feit dat het vakantieseizoen begonnen is, komen we maar weinig mensen tegen.
Onze slaapplaats wordt een prachtige plek direct aan Lake Wanaka. Bij aankomst is het weer nog geweldig, maar al gauw drijven de wolken over en steekt de wind op. De zonsondergang is dramatisch en het schudden van de camper is prima zolang we zitten. Maar als we in bed liggen wordt het schudden toch beangstigend. Midden in de nacht rijden we de camper naar een iets meer beschutte plek om met een iets meer geruststellend gevoel te kunnen slapen.
Wednesday, December 07, 2016
Land van regen
Het regent en niet zo'n beetje ook. Gisteren lazen we een weer-waarschuwing voor het gebied waar we nu zitten. Tussen de 60 en 200 mm regen wordt er verwacht. Vandaar dat we nu maar even op een camping staan met verharde staanplaatsen, zodat de kans op wegdrijven wat kleiner wordt. Met wifi, stroom en de mogelijkheid om de kachel aan te zetten blijven we hier een dag hangen. Zoals het lijkt is het morgen weer mooi. Dan vertrekken we in alle vroegte naar de gletsjers, zo'n 100 km verder naar het zuiden aan de Westkust.
De westkust is interessant. Behalve dan de regen, maar dat hoort er hier gewoon bij. De eerste stop is bij de zeeleeuwenkolonie van Cape Foulwind. Gewoon een hele grote dierentuin, maar dan in het echt 😍. Zoekplaatje: zoek de zeeleeuwen op de rotsen, het zijn er tenminste 30.
De zeeleeuwen hebben jongen en de heren hebben zin in nog meer nakomelingen. Het levert een prachtig schouwspel op, waar we geen genoeg van krijgen.
In de avond vinden we weer een schitterende vrije kampeerplek in de duinen met zicht op de zee. Wat is dit vrije leven toch fantastisch.
De tocht naar het zuiden brengt ons bij de pancake rocks. Helaas geen zon vandaag, maar dreigende luchten. Tussen de spetters door genieten we van de fraaie uitzichten, de wonderbaarlijke rotsformaties en allerlei broedende vogels.
En dan nu de dagelijkse klus om de mooiste foto's te bewaren en de rest gewoon weg te gooien. Het is een dagtaak op zich, maar een mooi klusje terwijl de regen tegen de ramen klotst.
NB: je kunt nu makkelijker een reactie op ons blog plaatsen. Klik onder aan een bericht op 'comments'.
De westkust is interessant. Behalve dan de regen, maar dat hoort er hier gewoon bij. De eerste stop is bij de zeeleeuwenkolonie van Cape Foulwind. Gewoon een hele grote dierentuin, maar dan in het echt 😍. Zoekplaatje: zoek de zeeleeuwen op de rotsen, het zijn er tenminste 30.
De zeeleeuwen hebben jongen en de heren hebben zin in nog meer nakomelingen. Het levert een prachtig schouwspel op, waar we geen genoeg van krijgen.
In de avond vinden we weer een schitterende vrije kampeerplek in de duinen met zicht op de zee. Wat is dit vrije leven toch fantastisch.
De tocht naar het zuiden brengt ons bij de pancake rocks. Helaas geen zon vandaag, maar dreigende luchten. Tussen de spetters door genieten we van de fraaie uitzichten, de wonderbaarlijke rotsformaties en allerlei broedende vogels.
En dan nu de dagelijkse klus om de mooiste foto's te bewaren en de rest gewoon weg te gooien. Het is een dagtaak op zich, maar een mooi klusje terwijl de regen tegen de ramen klotst.
NB: je kunt nu makkelijker een reactie op ons blog plaatsen. Klik onder aan een bericht op 'comments'.
Sunday, December 04, 2016
Mosselen, sandflies en seals
De wind is gaan liggen als wij de overtocht maken. Gelukkig! Na een kleine 4 uur varen vieren we het nieuwe eiland met mosselen. Grote groene mosselen. Wat zijn ze lekker én mooi!
We rijden door naar Nelson waar we een kampeerplek vinden aan de kust. Er staat nog een camper en twee vissers met hun busjes. Een prima plek om de nacht door te brengen. Maar al gauw wordt het drukker met mensen waar wij niet zo op zitten te wachten. Jongens stappen uit hun auto's en drentelen zenuwachtig rond. De muziek gaat hard aan. Dan rijden er twee weer weg en laten één auto achter. Er komen nieuwe auto's met veel herrie en kabaal. Het voelt een beetje unheimisch. We trekken de gordijnen dicht, doen de deur op slot en zetten onze eigen muziek maar aan. Gelukkig schijnt de volgende dag de zon en is iedereen vertrokken. Maar echt lekker slapen is het niet op deze manier.
We hebben zin in zon, zee en strand en reizen naar het Abel Tasman National Park. De enige camping in dit gebied is te bereiken via een 10 kilometer lange onverharde weg, die ons over de bergen bij de kust brengt. De camping met ruimte voor 850 personen is in het hoogseizoen vol. Nu staan er her en der wat tentjes en het voelt alsof we helemaal alleen midden in de natuur staan. Met aan de ene kant de bergen en aan de andere kant de prachtige zee, met gouden stranden.
We wandelen langs de kust en door het bos. Zwemmen in de nog koude zee. Drinken wijn op het strand en voelen ons de koning te rijk. Totdat de gevolgen van de sandflies duidelijk worden. Nooit gedacht dat kleine vliegjes voor zoveel ellende kunnen zorgen.

Naast de kampeerders leven er veel vogels op en rond de grasvelden. De pukeko (verwant aan de takahe) en de weka (ooit bijna opgegeten door de Maori) vallen het meeste op. De weka is een soort kip die enorme rommel maakt in de bosjes. Ze maken rare geluiden, alsof ze op een trom slaan. En als ze elkaar te lijf gaan, dan weet je helemaal niet wat je meemaakt. Drie dagen lang proberen we onze medebewoners op de plaat te leggen. Maar wat bewegen ze snel!

Na drie nachten is het genoeg. We trekken verder naar het meest noordelijke puntje van het zuidereiland, Farewell Spit. Een zandbank van 25 kilometer zorgt voor wadden aan de binnenkant van de zandbank en wilde kust aan de buitenkant met prachtige duinen en duinmeertjes er tussenin. We maken twee wandelingen. De eerste dag is het bijna windstil en grijs. De tweede dag waait het als een dolle, maar schijnt de zon. Het levert prachtige plaatjes op én.... 2 zeeleeuwen tot slot.
We rijden door naar Nelson waar we een kampeerplek vinden aan de kust. Er staat nog een camper en twee vissers met hun busjes. Een prima plek om de nacht door te brengen. Maar al gauw wordt het drukker met mensen waar wij niet zo op zitten te wachten. Jongens stappen uit hun auto's en drentelen zenuwachtig rond. De muziek gaat hard aan. Dan rijden er twee weer weg en laten één auto achter. Er komen nieuwe auto's met veel herrie en kabaal. Het voelt een beetje unheimisch. We trekken de gordijnen dicht, doen de deur op slot en zetten onze eigen muziek maar aan. Gelukkig schijnt de volgende dag de zon en is iedereen vertrokken. Maar echt lekker slapen is het niet op deze manier.
We hebben zin in zon, zee en strand en reizen naar het Abel Tasman National Park. De enige camping in dit gebied is te bereiken via een 10 kilometer lange onverharde weg, die ons over de bergen bij de kust brengt. De camping met ruimte voor 850 personen is in het hoogseizoen vol. Nu staan er her en der wat tentjes en het voelt alsof we helemaal alleen midden in de natuur staan. Met aan de ene kant de bergen en aan de andere kant de prachtige zee, met gouden stranden.We wandelen langs de kust en door het bos. Zwemmen in de nog koude zee. Drinken wijn op het strand en voelen ons de koning te rijk. Totdat de gevolgen van de sandflies duidelijk worden. Nooit gedacht dat kleine vliegjes voor zoveel ellende kunnen zorgen.


Na drie nachten is het genoeg. We trekken verder naar het meest noordelijke puntje van het zuidereiland, Farewell Spit. Een zandbank van 25 kilometer zorgt voor wadden aan de binnenkant van de zandbank en wilde kust aan de buitenkant met prachtige duinen en duinmeertjes er tussenin. We maken twee wandelingen. De eerste dag is het bijna windstil en grijs. De tweede dag waait het als een dolle, maar schijnt de zon. Het levert prachtige plaatjes op én.... 2 zeeleeuwen tot slot.
Op weg naar het Zuidereiland
Het is zondag vandaag. Even twee nachten op een camping met wifi, stroom en warm water. Tijd voor de noodzakelijke huishoudelijke zaken: de camper ruikt naar Ajax, het zicht naar buiten is weer 100%, het bed is verschoond, de was wappert in de wind en de Nederlandse belasting is betaald. En dan nu tijd voor het schrijven van meerdere blogjes. We lopen hopeloos achter.
Na onze 4-daagse tocht in Tongariro gaat de reis verder richting Wellington. Voor de kust van Kapiti Island overnachten we op een parkeerplaats aan het strand, om de volgende ochtend de boot naar het vogeleiland niet te missen.

Het eiland is vrijgemaakt van predators (ratten, possums en marters) waardoor de vogelstand bijtrekt. Tevens zijn er diverse soorten opnieuw geïntroduceerd, die het goed doen.
Onder leiding van een perfecte gids zien we een aantal zeldzame exemplaren. De saddleback krijgen we helaas niet goed voor de lens, maar de Takahē wel. Er zijn op de wereld nog 280 exemplaren, waar wij er 3 van zien. En de minder zeldzame robin (familie van ons roodborstje) laat zich ook fotograferen.
De regen gooit halverwege de dag roet in het eten, maar onze dag was al goed.
Het is nog 3 nachten voordat we de overtocht naar het Zuidereiland maken. We besluiten om deze door te brengen in Wellington. Er is daar genoeg te zien.
Aangezien de campings geen waar leveren voor de enorme bedragen die ze rekenen, besluiten we in de haven (Evans Bay) te gaan staan. Samen met nog zo'n 40 andere campers, die in alle macht proberen om tussen de gele lijnen te blijven staan. Het is 's avonds een geweldig schouwspel om alle nieuwkomers te bekijken die soms radeloos nog een plekje proberen te bemachtigen. Aan het einde van de nacht staan er zeker 20 campers buiten de geoorloofde zone. Wordt het een boete of niet?
De haven blijkt een heerlijke plek te zijn om te bivakkeren, ware het niet dat de wind te snijden is. Het waait zo ongelooflijk hard, dat de camper staat te schudden en het soms lijkt of we omvallen. De opstijgende vliegtuigen van het nabijgelegen vliegveld hebben het zwaar. Je ziet de vliegtuigen echt zwabberen.
We wandelen langs het water naar het centrum. De oude pakhuizen en doks zijn, net als op zoveel plekken in Nederland, in gebruik als horecagelegenheid. Er heerst een heerlijke relaxte sfeer en we laten de vis en de wijn goed smaken.
In de Starbucks schrijven we het vorige blog; daar is de wifi toch echt het best.
De volgende dag gaan we op zoek naar een plek waar we kunnen douchen. Het zwembad biedt uitkomst, waar we wat baantjes trekken en van de sauna genieten. We worden steeds creatiever in het overleven als veredelde backpackers.
Na onze 4-daagse tocht in Tongariro gaat de reis verder richting Wellington. Voor de kust van Kapiti Island overnachten we op een parkeerplaats aan het strand, om de volgende ochtend de boot naar het vogeleiland niet te missen.

Het eiland is vrijgemaakt van predators (ratten, possums en marters) waardoor de vogelstand bijtrekt. Tevens zijn er diverse soorten opnieuw geïntroduceerd, die het goed doen.
Onder leiding van een perfecte gids zien we een aantal zeldzame exemplaren. De saddleback krijgen we helaas niet goed voor de lens, maar de Takahē wel. Er zijn op de wereld nog 280 exemplaren, waar wij er 3 van zien. En de minder zeldzame robin (familie van ons roodborstje) laat zich ook fotograferen.De regen gooit halverwege de dag roet in het eten, maar onze dag was al goed.
Het is nog 3 nachten voordat we de overtocht naar het Zuidereiland maken. We besluiten om deze door te brengen in Wellington. Er is daar genoeg te zien.
Aangezien de campings geen waar leveren voor de enorme bedragen die ze rekenen, besluiten we in de haven (Evans Bay) te gaan staan. Samen met nog zo'n 40 andere campers, die in alle macht proberen om tussen de gele lijnen te blijven staan. Het is 's avonds een geweldig schouwspel om alle nieuwkomers te bekijken die soms radeloos nog een plekje proberen te bemachtigen. Aan het einde van de nacht staan er zeker 20 campers buiten de geoorloofde zone. Wordt het een boete of niet?
De haven blijkt een heerlijke plek te zijn om te bivakkeren, ware het niet dat de wind te snijden is. Het waait zo ongelooflijk hard, dat de camper staat te schudden en het soms lijkt of we omvallen. De opstijgende vliegtuigen van het nabijgelegen vliegveld hebben het zwaar. Je ziet de vliegtuigen echt zwabberen.
We wandelen langs het water naar het centrum. De oude pakhuizen en doks zijn, net als op zoveel plekken in Nederland, in gebruik als horecagelegenheid. Er heerst een heerlijke relaxte sfeer en we laten de vis en de wijn goed smaken.
In de Starbucks schrijven we het vorige blog; daar is de wifi toch echt het best.
De volgende dag gaan we op zoek naar een plek waar we kunnen douchen. Het zwembad biedt uitkomst, waar we wat baantjes trekken en van de sauna genieten. We worden steeds creatiever in het overleven als veredelde backpackers.
Subscribe to:
Posts (Atom)








































